Onderzoek naar klimaatrobuuste grassen en kruiden
28 september 2022

Door het veranderende klimaat wordt het steeds warmer in Nederland. Ook zullen er vaker extreem natte en langdurige droge periodes voorkomen. Met name Zuid-Nederland, en dus ook Noordoost-Brabant, is extra gevoelig voor droogte. Dat komt onder andere door landschappelijke kenmerken zoals beekdallandschappen en zandgronden. 

delen

Herinrichten van waterlopen

Binnen het programma Klimaatadaptatie is RNOB onder andere op zoek naar oplossingen om water in onze regio langer vast te houden. Dat kan bijvoorbeeld door waterlopen anders in te richten en door de landschappelijke laagtes beter te benutten. Een andere inrichting betekent: bredere en minder (ver) vertakte waterlopen met taluds -  de geleidelijke overgang van water naar land – die flauwer aflopen. Wanneer deze heringerichte waterlopen en landschappelijke laagtes bovendien ingezaaid worden met grassen, vlinderbloemige planten en kruiden, kan deze kostbare grond tegelijkertijd benut worden voor de productie van (eiwitrijk) veevoer. 

Droogterisico’s in Zuid-Nederland 

Zuid-Nederland is een gebied met veel beekdalen. Vanwege de heuvels en de hoger gelegen zandgronden eromheen - de flanken - stroomt en/of zakt het water snel weg. Ook de manier waarop het afwateringssysteem is ingericht, vergroot het risico op droogte. Want in het verleden is het gebied vooral ingericht om wateroverlast te voorkomen door water snel af te voeren en het land te ontwateren. Daarnaast zorgen hogere temperaturen voor meer verdamping van water. Tot slot vergroot ook het onttrekken van grondwater, onder andere door de landbouwsector, het risico op droogte. 

Afstudeeronderzoek HAS

In opdracht van RNOB onderzochten drie afstuderende studenten van HAS Green Academy de impact van extreme klimaatomstandigheden op verschillende soorten grassen, vlinderbloemigen en kruiden die als veevoedergewas (kunnen) dienen.

Door middel van een literatuurstudie en interviews met experts - zoals veevoederdeskundigen, agrariërs, zaadveredelaars, verkopers van gras- en kruidenmengsels en ecologische adviseurs - werden eerst de eigenschappen uitgewerkt die bepalen of grassen, vlinderbloemigen en kruiden geschikt zijn om toe te passen in heringerichte waterlopen en landschappelijke laagtes.

(Foto links: smalle weegbree)

Alle onderzochte soorten in het experiment worden door boeren al veelvuldig gebruikt in een productief kruidenrijk grasland zoals kropaar, rode en witte klaver, cichorei en smalle weegbree.

 

Uitkomst

Het onderzoek laat zien dat overstroming geen negatief effect heeft op de overleving van de onderzochte grassen, vlinderbloemigen en kruiden; ze hebben wel last van droogte. In het veld konden de planten dieper wortelen, waardoor de verwachting is dat deze beter bestand zullen zijn tegen droogte. De studenten adviseren om in een vervolgonderzoek dezelfde onderzochte soorten als mengsels in de praktijk te testen. Gras- en kruidenmengsels zouden namelijk klimaatbestendiger zijn en een positiever effect hebben op de biodiversiteit van de bodem en de kwaliteit van het veevoer. 

 

Ruimte voor boeren

Anita de Smit, Regisseur Klimaatadaptatie, reageert positief op de uitkomsten van het onderzoek. “Als gevolg van de klimaatverandering hebben we behoefte aan gewassen die beter bestand zijn tegen langere droge periodes en tegen hele natte periodes, ook als gevolg van overstroming van beekdalen. Dit onderzoek laat zien dat dergelijke gewassen bestaan en dat ze bovendien ingezet kunnen worden als veevoer. Een herinrichting van de waterlopen om het gebied klimaatrobuuster te maken, biedt ruimte voor boeren om klimaatbestendige gras- en kruidenmengsels te verbouwen.”

 

Kennissessie

De afstudeerders presenteerden de resultaten van het RNOB-onderzoek in juli op een mini-symposium van het lectoraat Klimaatrobuuste landschappen. Daar werden nog twee andere afstudeeronderzoeken gepresenteerd die betrekking hebben op klimaatvraagstukken in Noordoost-Brabant.